| 3 | de merel zingt weer
verzen vallen van het dak
ik hoor en begrijp
|
| 4 | Kwetsbare bloesem
Baant zich een weg naar zonlicht
Aanschouwt nieuw leven
|
| 5 | de wind wakkert aan –
terrasstoelen belanden
op krokusknoppen
|
| 6 | ze staan op springen
de kastanjeboom knoppen
een zwaluw scheert langs
|
| 7 | een lente concert,
koppig oefent een ezel
op noten balken
|
| 8 | onder de appelboom
een laagje roze sneeuw –
aprilletje zoet
|
| 9 | Ik stuur mijn haiku
Naar Lente drieëntwintig
At haiku punt com
|
| 10 | Vrolijke geluiden,
klinken door het park.
Lente, speel met mij!
|
| 11 | Vijftig tinten groen.
Bloemetjes en bijtjes in
voorjaarsextase!
|
| 12 | Bloesems verschijnen
Kou verdreven door de zon
De lente is daar
|
| 13 | EEN SPECHT DIE ROFFELT
DE WIND BLAAST HET GELUID MEE
WAARLIJK , T 'ÍS VOORJAAR .
|
| 14 | Bollen en knoppen.
De natuur barst bijna los.
Voorjaar in aantocht.
|
| 15 | V-vorm vliegt noordwaarts
kraanvogels vertellen dat
de lente komt, echt
|
| 16 | het is of ik wals
richting huis met mijn mandje
maartse violen
|
| 17 | eenzaam en alleen
versmelt ze met de aarde
de laatste sneeuwvlok
|
| 18 | Wieeee: de ketel fluit,
ik ga bloesemthee zetten.
Leve de sakura!
|
| 19 | Voorjaar
Bloembollen gewekt
onwillig; voortslapend als
ochtendkinderen
|
| 20 | Ons vogeltje straalt
Warm snatert 't zonnetje
Wondertje Anna
|
| 21 | kindersteen -
van de vlindersticker
vergaat het hechten
|
| 22 | Een dag goed besteedt
Het opgevangen zonlicht
Laten doordringen
|
| 23 | ik zit op de stoep
de bloesembomen sneeuwen
wachten doet geen pijn
|
| 24 | Hoog in de bergen
Drijft een stil dorp op wolken
In het voorjaarslicht
|
| 25 | overhemdjesdag –
moemoe bloesemt op in haar
windsingelboomgaard
|
| 26 | Zwaaiende blaadjes
begroeten blij de knoppen
die openspringen
|
| 27 | de letterzetter
schrijft in de stam van een spar
een erotisch boek
|
| 28 | het kindmoedertje
met in haar wagen een pop
die écht alles kan
|
| 30 | Van naar via tot
Over paden dalen weg
Ooievaars vliegen
|
| 31 | De lente kan niet komen
Want dan ga jij dood
Vogels zwijg, zolang het kan
|
| 32 | Katje in de tuin
snuffelt aan de viooltjes.
Is ziek. Heeft kanker.
|
| 33 | Bezige bijtjes,
een nestje nieuw leven én
vlinders in de buik
|
| 34 | weide in april
weg vlucht de spreeuw: tureluurs
van wulps ge-grutto
|
| 35 | de lente aan zet -
een treurwilg tipt de vijver
vol blije eendjes
|
| 36 | lentetekening –
ingekleurde lammetjes
verscheurd
|
| 37 | onder de bomen
danst een vlekje lentelicht
citroenvlindertje
|
| 38 | een eend, een eekhoorn
eksters en roodborstjes
druk, druk, druk
|
| 39 | voorjaarsvakantie
luid gekwetter in de rij -
klasje zwaluwen
|
| 40 | blootvoets dartelen
over het natte gazon -
de lente kriebelt
|
| 42 | het pad oogt nog dor
dan toont de sleedoorn zich, wit
als een lentewolk
|
| 43 | Nog pril en schuchter,
pas uit de knop ontsproten:
de magnolia bloeit.
|
| 44 | ontluikende knop
ziet om zijn neus nog wat wit
- de tijd nog niet rijp
|
| 45 | De oneindigheid
Nog zoveel jaren te gaan
Het einde is nu
|
| 46 | vlinders in de buik
rozengeur en maneschijn
maakt blind bij verbruik
|
| 47 | eitjes in het riet
verscholen waterhoentje
ik lijn mijn hond aan
|
| 49 | onder je huid
sluimerende zomersproeten
gezicht naar de zon
|
| 50 | Kale takken
gestript van groen en leven
hun tijd komt terug
|
| 51 | Magnoliablad
een scheepje op de vijver
libelle vaart mee
|
| 52 | De pruimenbloesems
zo hemels dat kogelvissen
vogels willen zijn
|
| 53 | Zomers de winters
en herfstachtig de lente
tijdloos het seizoen
|
| 54 | perelaar in knop
de bloesem wacht geduldig
hunkert naar warmte
|
| 55 | Blauwe irissen
Inktvlekken op rijstpapier
Geurige boodschap
|
| 56 | Het groen in april
als de jeugd in ons leven
mooi en kort van duur
|
| 57 | Mooi is de lente
Nieuw leven kroelt in een nest
Uit het ei geknapt
|
| 58 | eerste lenteprik-
enkel in de schaduw
heerst nog wat winter
|
| 59 | zaad barst tot een bloem
de essentie van alles
volledig onthuld
|
| 60 | De race om de zon
dringen voor een plekje op
een windvrij terras
|
| 61 | een geel boeket van
bloeiende forsythia
allemaal zonnen
|
| 62 | de buurjongen springt
weer boven de schutting uit
eindelijk lente
|
| 63 | de zon wint aan kracht
ontvouwende bloemknoppen
spreken de lente aan
|
| 64 | in haar bruidsjapon
de besneeuwde appelboom
zang van de hommels
|
| 65 | Twierlende vogels
zingen de krokussen toe
nesten in aanbouw
|
| 66 | Eenvoudig is het
om naar buiten te kijken
leven zonder haast
|
| 67 | de gele narcis
geeft het land een lentegloed
glimlach van de zon
|
| 68 | dwars door de sneeuwlaag
boort een krokus zich omhoog
de zon tegemoet
|
| 69 | bollende lakens
buitelend aan de waslijn
blazende liefde
|
| 70 | In vroeg lentelicht
schrijven twee witte zwanen
hun liefdesgedicht
|
| 71 | Na zwarte tijden
Zonlicht verwarmt mijn gezicht
Zelfs narcis kijkt op
|
| 72 | De lentekriebels
bloemetjes en de bijtjes
krijg rode oortjes
|
| 73 | Het groen in april
als de jeugd in ons leven
mooi en kort van duur
|
| 74 | Bij boer en tuinder brengt malse regen in mei hoop op goede oogst
|
| 75 | Lentekriebels zweven boven de geurige wei ..zo fleurig voel ik me zo vrij
|
| 76 | de hemel bloesemt
kleine bolletjes wolken
de peer op springen
|
| 77 | Lente kleurt het gras
Onder mijn blote voeten
Groen, ik ben weer groen!
|
| 78 | Kuikentjes piepen
Vogeltjes die mooi fluiten
Lammetjes blaten
|
| 79 | Ze eten besjes
Ze vliegen veel in het rond
Je hoort ze fluiten
|
| 80 | 'S avonds in mijn bed
Dan hoor ik vogels fluiten
Het is licht buiten
|