| 2 | blue monday -
als vanuit het diepe duister
het riet zachtjes wuift
|
| 3 | Heerlijke sneeuwvlok
Zo fijntjes, zo bijzonder
Doet mijn hart smelten
|
| 4 | Alles bevroren,
sneeuwdeken over het land.
Moeder Aarde slaapt.
|
| 5 | -Klimaatverandering-
De Yeti ziet een
rozenknop, ontroerd smelt hij
als sneeuw voor de zon
|
| 6 | Winterwind op de vaalgele klif
Een scenisch einde nadert
In kolkend blauwgrijs water
|
| 7 | moeders trots –
zijn eerste stapjes vastgelegd
in de sneeuw
|
| 8 | Lees mijn lichaamstaal
langs wintersterrenhemels
Een uiting van zin
|
| 9 | Duister in mijn hoofd
Nevels lossen op in ijs
winter medicijn
|
| 10 | Het vriest in mijn hart,
als ik aan jou blijf denken,
dan ontdooi jij mij.
|
| 12 | Sneeuw streelde mijn huid:
waar het verzachtte van vorm,
liet het mij blozen.
|
| 13 | de zon draagt een sjaal
en dompelt zich in de kou
- het water sluit af
|
| 14 | de geur van winter
kruipt koud op mijn warme schoot
mijn neus in haar vacht
|
| 16 | Haar voetstap knarste
Kuiltjes van ijskristallen,
En daglicht wist het.
|
| 17 | Jan Splinter met een
waterig oog, een loopneus
en krullend ijshaar.
|
| 18 | de wolken blozen
door het vroege winterlicht
trekken de ganzen
|
| 19 | onder verse sneeuw
nog merkbaar het bandenspoor
in de vorige
|
| 20 | Iedere stap knerpt
Ik luister naar het geluid
Van lachende sneeuw
|
| 21 | Witte sneeuw verlicht
Haar voetstappen, in deze
Zwarte winternacht
|
| 22 | er ligt verse sneeuw
herkenbaar jouw voetstappen
dan schijnt de zon weer
|
| 23 | Heel diep vanbinnen
dacht ik eventjes dat ik je hoorde huilen,
de stilte net voorbij.
|
| 24 | Boze wenkbrauwen,
zo galmt ze kille kreten.
Ik blijf klein en stil.
|
| 25 | konijnensporen
wijzen de weg door de sneeuw -
gebaande paden
|
| 26 | Roodborstje's borstje
ziet, ofschoon door dons bedekt,
toch blauw van de kou.
|
| 27 | Het krakende ijs
waarschuwt de kleine jongen
De wind maakt hem doof
|
| 28 | Boswandeling
Ik dacht me alleen
In verbazing keek ik om
De boom groette mij
|
| 29 | eind januari
stukjes verhakkeld zonlicht
vallen uit de mist
|
| 30 | voederbakje leeg
vogelbezoek gecanceld
vergeet-hen-nietjes
|
| 31 | dampende koffie
vrienden met dikke mutsen
in coronatijd
|
| 32 | twee ademwolkjes -
op het hartvormige blad
donzig zacht de rijp
|
| 33 | regenjas druipnat
van miezerige regen
mijn muts wacht op sneeuw
|
| 34 | de elfstedentocht ~
duizendpoot van sloot tot sloot
kriebels in de bocht
|
| 35 | Op het koude veld
prikt het licht de vrieskou aan
kilte wordt verwarmd
|
| 36 | winters van vroeger
rondjes schaatsen op de plas
moeders erwtensoep
|
| 37 | Langzaam droom ik weg
Opgerold in de deken
Tot de ketel fluit
|
| 38 | Dooi
Winter is niet meer,
sneeuwklokje, ontwaak en bloei
Nu! De vorst is dood.
|
| 39 | Winter akkerland-
Na maanden noeste arbeid
Een moment van rust.
|
| 40 | vlaaien op zondag
en doortrapte gedachten
haha zei de koe
|
| 41 | in het dennenbos
ongemerkt gaat de herfst
in winter over
|
| 42 | fluorescerend
vers geoogste boerenkool
in een bolderkar
|
| 43 | bevroren water
ooit waren de grachten dicht
wankel op schaatsen
|
| 44 | Onder mos liggend
lieveheersbeestjes wachtend
een vernieuwd contact
|
| 45 | Op het besneeuwde
veld verweg een kraai gespot :
tache de beauté
|
| 46 | Wie kan haar stoppen
Vorstin Winter wil niet weg
Maart kan niet wachten
|
| 47 | Roodborst in de tuin,
winterkou in aantocht maar,
nooit aangekomen.
|
| 48 | springende lampjes
over het donkere strand
de verlichte hond
|
| 49 | vroege duisternis
niemand bij de tramhalte
alleen een muisje
|
| 50 | Rijkdom is nodig
om de stad aan te kleden.
Is die naakt ook mooi?
|
| 51 | Een muis op het spoor
Zoekend naar een kruimeltje
Tussen de steentjes
|
| 52 | Kruiwagen vol stront
Klomp verloren in de blub
Vrolijk hinnikje
|
| 53 | nog sneeuw op het dak
kraanvogels vliegen over
teken van lente
|
| 54 | op het koude scherm
een illusie van warmte
digitale haard
|
| 55 | De gele narcis
Lacht me verleidelijk toe
Voorjaar kietelt vroeg
|
| 56 | Muts sjaal wanten
Warmte in ons hoofd en hart
Lopen in de sneeuw
|
| 57 | Uit donkere grond
Trompetje als zonneschijn
Lente kom binnen
|
| 58 | De kerstman komt klaar:
Het diepste van de winter,
verzonnen gebaar.
|
| 59 | In een kille grot
hang ik, ondersteboven.
Stervende echo’s
|
| 60 | Het donker omarmt Niet alleen mij hier en nu Alles om mij heen
|
| 61 | Beschut uit de wind
Stijgt gevoelstemperatuur
Boven het vriespunt
|
| 62 | winter 22
Donker staat tegen
mijn huis, dat onverstoord wacht
op morgen korter.
|
| 63 | twintig onder nul-
zij kwebbelt kleine wolkjes
hij, één grote wolk
|
| 65 | de lucht geklaard
druppelsgewijs
kust sneeuw mijn wang
|
| 66 | Wit vergezicht is,
oudermens’ herinnering.
IJsbeer transpireert
|
| 67 | met open armen
ontvangt de boom het zonlicht
vreugdevol weerzien
|
| 68 | Glasblazer
Met bolle wangen
blaast hij leven in het glas
breekbare schoonheid
|
| 69 | Kat
Kat op een tuinmuur
fladd'rende prooi in het gras
Sprong in slow motion
|
| 70 | De pruimenbloesems
zo hemels dat kogelvissen
vogels willen zijn
|
| 71 | ik huil niet, ik stroom
er zijn dijken voor verdriet –
ijs, soms een doorbraak
|
| 72 | Magnoliablad
een scheepje op de vijver
libelle vaart mee
|
| 73 | Oh, sneeuwkoningin
geef je borst nachtegalen
de winter een kind
|
| 74 | Je gaf me schaduw
Aan je takken mag ik nu
mijn handen warmen
|
| 75 | kleine knabbelaar
je nest voelt zo warm en zacht
gat in mijn tapijt
|
| 76 | op de plaats delict
twee takken, wortel, knopen
hier lag de dooie
|
| 77 | De sneeuw daalt gestaag
Gebaande paden vallen
uitnodigend stil
|
| 78 | Het wintert buiten
de wereld wit geladen
een stille deken.
|
| 79 | de prunus bloesemt
krokuskopjes komen op
alsof het niet vriest
|