Kukai Zomer24: Stemmen

Een kukai is een haikuwedstrijd waarbij de deelnemers de jury zijn. Tijdens de ‘stemperiode’ komt hieronder een stemformulier en is deze pagina beveiligd met een wachtwoord. Alleen de deelnemers mogen het stemformulier invullen. Een deelnemer mag één keer stemmen en vanzelfsprekend niet op zijn eigen haiku. De deelnemers ontvangen het wachtwoord via e-mail van onze wedstrijdsecretaris. Na de stemperiode wordt het stemformulier weer verwijderd.


Lijst met ontvangen inzendingen:

Entry IDInzending
2

Gemini

Synchroon wuiven zij
zoet het zweet van hun hoofd als
twee druppels water

3

met de zon in de rug
loopt mijn schaduw voor me uit –
avondwandeling

6

samen op de fiets
soms de één voor, dan de ander
mijn schaduw en ik

8

springend over
de slagschaduw van de wieken —
tot hij me tackelt

10

zinderende zon
mijn dubbelganger beweegt
als een sierlijk mens

11

Onder een zware schaduw
Hoop vinden in de volharding
van de immer stromende rivier

12

Lieveheersbeestjes
vertoeven in de lommer,
vredig niemandsland

13

zomerzonnestralen
verlichten winterschimmen
nieuw leven bloeit

14

fel licht op de kroon
een bries laat blaadjes dansen
vrolijk schaduwspel

15

plat stuk papier, zwart
immiteert ons dartelen
in de zomerzon

16

Gemini

Synchroon wuiven zij
zoet het zweet van hun hoofd als
twee druppels water

17

Zonlicht raakt de grond,
Duisternis volgt haar spoor,
Stilte omhult ons.

18

koelende hitte
onder de strandparasol
ijsje smelt langzaam

19

Ik vroeg het aan je:

Mag ik je hand vasthouden?

Voor het winter wordt.

20

Ik vroeg het aan je:

Mag ik je hand vasthouden?

Voor het winter wordt.

21

Ik vroeg het aan je:

Mag ik je hand vasthouden?

Voor het winter wordt.

22

de kat vlijt zich neer
in de schaduw van de boom-
te warm voor muizen

23

onze wilg is weg
na het eten in de tuin
zijn we roodverbrand

24

zelfs jouw schaduw mis ik
waarin ik altijd
uit de wind zat

25

onze wilg is weg
na het eten in de tuin
zijn we roodverbrand

26

Zonnestraal daal neer
Duw de schaduw uit de weg
Omarm ons, mooi weer

27

Een klein bloot voetje
twee trippelende mieren
haar duivelse lach

28

haar kille grafsteen
in de schaduw van een wolk
wachten op nieuw licht

29

ZIJN VINGERS

Opgroeien als dik meisje is net als opgroeien zonder waarde. Je bent anders dan anderen, je hebt niet een platte buik en dunne armen. Je hebt dan een bollig buikje en kinderen die je vies aankijken op school.

Opgroeien als dik meisje is al een hoop gezeik genoeg, maar dan krijg je ook nog grote borsten erbij. Je draagt grote kleren in de hoop dat niemand wat ziet. Niemand je buik, je borsten, je ‘rondingen’. Meisjes zeggen altijd ‘’had ik maar zo’n borsten’’ maar het enigste wat ik kan denken is, had ik maar zo’n kleine borsten.

Mannen die me aankijken op straat, me proberen aan te raken, knipogen, glimlachen, redenen zoeken om bij me in de buurt te zijn. Je oude beste vriend die poging tot aanranding doet. Een oude familie vriend die te lief is en te aanhankelijk naar mij is.

Vingers die je voelt glijden achter je rug, wanneer je naast je beste vriend zit. Zijn vingers gaan naar beneden, en blijven glijden. Opgestaan, maar niet de vingers. Het bleek alsof ze me bleven achtervolgen. Het enigste wat ik voelde waren zijn vingers. Het enigste wat ik kon zien waren de blikken van mannen op straat. Ik voel me aangekeken. Ik voel me vies.

Waarom ben ik niet opgestaan voordat zijn vingers op mijn rug waren. Waarom bleef ik zitten? Weggaan, het aan mama vertellen. Maar de vingers waren er nog. Ze volgde me overal.

Als ik hoor dat andere meisjes echt verkracht worden, en erger worden aangerand. Dan is mijn verhaal niks, er is bij mij niks gebeurd. Alleen vingers die op mijn rug naar onder bleven gaan en richting de zijkant naar mijn borsten, niet in mijn broek of in mijn bh maar toch te ver. Maar het toch ernstig genoeg is om mij te blijven storen.

Ik durf niet alleen op straat te lopen. Ik durf niet alleen naar de action. De man van de kassa die me altijd eng aankijkt, die mij wilt bevrienden op facebook, die mijn foto’s liked. Ik wil niet in zijn buurt. Ik wil niet in de buurt van leraren die man zijn, ik durf het niet. Ik wil het niet riskeren. Wetende wat de gevolgen zouden kunnen zijn, het is te riskant.

Aan de einde van de dag, ben ik bang. Ik ben bang dat de vingers terug komen, bang dat ze blijven glijden. Maakt niet uit hoevaak ik mijn rug was, de vingers blijven. Alsof ze aangebrand op mijn rug zijn.

30

Waarom volg je mij
zodra de zon gaat schijnen?
Of ben je mijn vriend?

31

Wat een hittegolf
Op zoek naar koelte met een
Plekje uit de zon

32

onze wilg is weg
na het eten in de tuin
zijn we roodverbrand

33

Maanlicht kust de nacht
zachtjes ademt de schaduw
stil omarmt aarde.

34

Groeiende staart
vanmiddag ben je het kleinst
slaaf van de zon

35

Een strakblauwe lucht
werpt toch haar schaduw vooruit;
onweer in aantocht.

36

onze wilg is weg
na het eten in de tuin
zijn we roodverbrand

37

hoe hard ze ook trapt
niet in te halen
haar schaduw

38

witte dwarreling
nat jasmijnblaadje droomt na
op steeds groener gras

39

onze wilg is weg
na het eten in de tuin
zijn we roodverbrand

40

Hakken klikklakken
In de lange lindelaan
Een schaduw volgt haar

41

Daar rust een schaduw
Dat het licht van haar bestaan
Nooit zal aanschouwen

42

boomloze weide
schapen liggen te hijgen
in de felle zon

43

Achter mij zakt de zon
Mijn schaduw overlapt steeds meer
haar kille grafsteen

44

opa en oma
spelevaren in de schaduw
van de fuji

45

Zitten in de schaduw

Radio Kootwijk
Het is stil op de heide
Radiostilte

46

Ik knipper en het
licht knippert terug; het was
slechts een vlindertje

47

Maanlicht werpt een gloed
Donkere vormen dansen
Prachtig silhouet

48

sedert corona
is mijn schaduw veranderd
hij niest niet meer mee