| 2 | Zwaartekracht blijkt op
Dus als ballonnen in wind
Strijken wij nergens
|
| 3 | warme zilte wind
zee verslindt het zandkasteel
kind lacht giert en brult
|
| 4 | ogen tranen rood
juli kriebelt hoest en prikt
maand van koorts en hooi
|
| 5 | bomen doen hun best
beter dan mijn puffers doen
lucht voor de longen
|
| 6 | schaduw
zonder licht toch licht vereist
hij die met de zon meereist.
soms geliefd, soms schuilt gevaar
zacht, scherp, ongrijpbaar
|
| 7 | Ik kijk naar boven
de wolken zweven voorbij
liggend in het gras
|
| 8 | twee witte wolken
verstoren de blauwe lucht
vallende schapen
|
| 9 | De wind in mijn haar
Alweer vlieg ik vlug naar huis
Jouw armen mijn nest
|
| 10 | in de zwoele lucht
meezingen met de massa
rock op de weide
|
| 11 | goud in het lichtblauw
flinterdunne schittering —
lijn naar mijn vlieger
|
| 12 | wind ritselt zilver
door hoge populieren
pluisjes in de lucht
|
| 13 | zelfs bij zonneschijn
regent het daar voortdurend
kogels in die streek
|
| 15 | Ik adem diep in
Koude lucht vult mijn longen
Vrijheid is nabij
|
| 16 | liggend in het gras
tel ik schapenwolkjes –
zomersiësta
|
| 17 | wind door je haren
oranjerode einder
adembenemend
|
| 19 | blatende schapen
blazen witte pluisjes voort
het pollenseizoen
|
| 20 | Wolken hangen stil
wachtend op de voorjaarsbries,
klaar voor avontuur.
|
| 21 | Zomerkleding.
Een pak van mijn hart.
Dat lucht op!
|
| 23 | Ragfijne wolkjes
mijmeren over en weer
in strak blauwe lucht
|
| 24 | rode feestballon
zweeft sierlijk tussen wolken
stoort de zwaluw’s vlucht
|
| 25 | Zomerzon schijnt fel.
Fiets en trein brengen mij ver.
Geen wolk in de lucht.
|
| 26 | Blauw
Nog één keer mevrouw
dan, een schreeuw, ademloos, blij
aanschouwt zij haar zoon
|
| 27 | Zomervakantie.
De vogels gaan, ik blijf hier.
Waarom? Vliegschaamte.
|
| 29 | Lucht bedekt ons stil als een deken in de nacht we zijn bijna thuis
|
| 30 | Een zomerse dag
het rookverbod smelt sneller
dan het raketje.
|
| 31 | Toen de mist optrok
wist ze dat het zomer was -
ziedaar, een vlinder!
|
| 32 | Sierlijk zweeft de meeuw
Tegen een strakblauwe lucht
Wordt zijn wit zilver
|
| 33 | zinderende zon
een zwaluw snijdt door de lucht
stilte na de vlucht
|
| 34 | een zomerse dag
de lucht spaart onweerswolken
kat voelt nattigheid
|
| 36 | de lucht is strak blauw
op de adem van de wind
cirkelen meeuwen
|
| 38 | doelloos drijven - op warm geworden aarde welven de wolken
|
| 40 | Wandelen naar daar.
Waar net nog een bergtop was.
Nu alleen nog lucht! |
| 46 | Spiegelblauw water -
luister, daar ruisen schelpen
hun ademloos lied
|
| 47 | Scharlaken
Een vogel scheert
Door de lucht
Wat is de kleur
Van eenzaamheid
|
| 60 | dauwdruppels dansen
de ochtend schreeuwt om aandacht:
zie mijn pracht en praal |
| 61 | Spelen met de wind
Touw stijgt omhoog uit kluwens
Dansende vliegers.
|
| 62 | Avondwandeling
en thuis de geur van jasmijn
nog in de neus
|
| 63 | Terwijl de bij werkt
In dienst van zijn koningin
Stijgt langzaam het kwik
|
| 64 | Benauwd Amsterdam
Alles binnen handbereik
Vrij zijn en bedrukt
|
| 65 | de hemel verlicht
met weidse blauwheid van lucht
mijn bevlogenheid
|
| 66 | Staalblauwe hemel
Zon stuurt warme lucht omlaag
Tijd voor verkoeling
|
| 67 | Klam onze lakens
hittegolf in lentelucht
heet verzet bakens.
|
| 68 | zweven is ultiem
op stapelende wolken
de lucht verkennen
|
| 69 | Witte windveren
Strelen de lentelucht
Ganzen in V-vlucht
|
| 71 | Lucht zonder gewicht
toch drukt zij tussen twee mensen
wat geen handen kan
|
| 73 | In de lucht hangen
rijmloze gedichten
de wind geeft ze uit
|
| 74 | als het koor pauzeert
zingt in de tuin de merel
excelsis deo
|
| 75 | Ik hap wild naar haar
Jij verspilt haar achteloos
Zij is voor beiden
|
| 76 | Wolkenloos licht blauw
Daar springt de parachutist
Krijgt even geen lucht
|
| 77 | Hoog op de toren
wappert een verbannen vlag
duiven maken plaats
|
| 78 | het wolkendek rijgt
de maan hoog de hemel in
tot afstand verlaagd
|
| 79 | doek wacht op de streek
marter in azuur gedoopt
het penseel pauzeert
|
| 80 | Zwevend in het blauw –
fluister van vergeten wind,
streelt mijn open hart.
|
| 81 | zonnende meiden -
de lucht vol gegiechel
en geheimpjes
|
| 82 | tussen regels door
kun je op adem komen
lucht dat nou niet op?
|
| 83 | Grijswitte wolken
grazen aan de horizon;
kuddes vol regen.
|
| 84 | Lucht veranderen
Zon stralen benaderen
Glanzende vogel
|
| 85 | Drenthe op de fiets
Schapenwolkjes in de lucht
Ruysdael schilderij
|
| 86 | " Lucht "
ren langs een deur
allemaal een neusje vol
Oceaan ver weg
|
| 87 | ze ligt daar vredig
ogen gesloten scheiding
haar laatste lucht ontsnapt haar lippen
|
| 88 | Dood waait door de lucht
Een zucht tilt het laatste blad
hoog de hemel in
|
| 89 | gelach van een kind
in drinkwater spetterend
de put bijna droog
|
| 90 | laat los en waai weg
jij bent het krachtig bewijs
er is nieuw leven
|
| 91 | witte droomwolken
schetsen beren in de lucht
om ze weg te blazen
|
| 92 | nu een lolletje
ha ha ha ha ha ha, zo
dat lucht ff op
|
| 93 | De gele poeders
Een zacht tapijt voor de boom
Nies voor elke neus
|
| 94 | vogels vliegen mee
een boer ploegt nieuwe voren
in oude aarde
|
| 95 | de avondzon daalt
een ster licht weifelend op
de nacht ademt rust
|
| 96 | Onzichtbaar en ongrijpbaar
Een stille getuige van emoties
Angst , verdriet , blij, boos
Ik adem en kan verder
|
| 97 | drie witte vlinders
rond en rond hoog in de lucht
één komt langs mij terug
|
| 98 | verpest. onzeker.
is er iets aan de hand?
– het valt met de regen.
|